Voorkom problemen met stamrecht-BV

0
182

 

Veel ondernemers bedingen bij inbreng van hun onderneming in een BV, een stakingslijfrente (stamrecht) om directe fiscale afrekening over de stakingswinst te voorkomen. Maar let op, dit stamrecht kan een blok aan uw been worden.

Het komt geregeld voor dat de eenmanszaak of het samenwerkingsverband niet meer de geschikte vorm is om te ondernemen. Dit kan onder andere komen door de risico’s, de winstgevendheid of een toekomstige verkoop of bedrijfsopvolging. U kunt er dan voor kiezen om uw onderneming in te brengen in een BV. Bij een overstap naar een BV moet u in beginsel afrekenen over de in uw bedrijf opgebouwde reserves. U kunt hierbij denken aan de goodwill en stille reserves, maar ook aan fiscale reserves, zoals uw fiscale oudedagsreserve. Deze belastingheffing kan voorkomen worden door uw onderneming fiscaal geruisloos in te brengen, maar ook door de stakingswinst om te zetten in een stakingslijfrente (stamrecht) bij de BV.

Het bedingen van een stamrecht kan fiscaal aantrekkelijk zijn. De belastingheffing over de bepaalde stakingswinst wordt hierdoor uitgesteld. U gaat pas belasting betalen als het stamrecht op een later tijdstip tot uitkering komt. Hierdoor behaalt u mogelijk een progressievoordeel, omdat de uitkeringen worden verspreid over meerdere jaren.

Dit klinkt zeer aantrekkelijk, maar kan helaas ook een blok aan uw been zijn. Na verloop van een aantal jaren zal het stamrecht tot uitkering moeten komen. Dit betekent dat uw BV u maandelijks een bedrag moet uitkeren. Doordat de directeur-grootaandeelhouder (DGA) al te veel geld heeft opgenomen uit de BV kan de BV dus niet over voldoende middelen beschikken. Desondanks keert de BV op papier toch een lijfrente aan u uit en over deze ‘papieren uitkering’ moet u inkomstenbelasting betalen. Wanneer het aannemelijk is dat de DGA deze rekening-courant niet kan aflossen, kunnen de gevolgen nog nadeliger zijn. De Belastingdienst kan zich dan op het standpunt stellen dat er sprake is van een afkoop van de stamrechtverplichting. Dit betekent dat u in één keer belasting verschuldigd bent over de afkoopsom (de waarde in het economisch verkeer van de stamrechtverplichting) en daarbovenop 20% revisierente moet betalen.

Een stamrecht beding bij de BV kan fiscaal aantrekkelijk zijn, maar dit kan ook onvoordelig uitpakken, met name als de DGA al te veel geld uit de BV heeft gehaald.

De stamrechtverplichting kan ook een struikelblok zijn als de DGA zijn BV wil liquideren, omdat deze naast het in stand houden van de stamrechtverplichting niets meer doet. Het liquideren is alleen mogelijk als het stamrecht bij een externe partij (verzekeraar of bank) wordt ondergebracht. Dit zal veelal geen aantrekkelijke optie zijn. De waarde in het economisch verkeer van de lijfrenteverplichting moet dan afgestort worden en dit geld is meestal niet voorhanden.

Wanneer u de BV wilt overdragen, kan de opvolger ook tegen problemen aanlopen. De opvolger blijft bij overname verbonden aan de voormalige DGA doordat hij jaarlijks nog een stamrecht moet uitkeren aan hem. Dit is meestal onaantrekkelijk voor een potentiële overnemer.