Zzp’er met hoofzakelijk één opdrachtgever is ondernemer

0
177

 

Het Gerechtshof in Den Haag heeft recent een opmerkelijke beslissing genomen voor zzp’ers. Volgens de rechter wordt een zzp’er die seizoenswerk deed voor één klant als ondernemer gezien voor de inkomstenbelasting.

Fiscaal gezien zijn er grofweg drie typen inkomsten uit arbeid: loon, resultaat uit overige werkzaamheden (row) en winst uit onderneming (wuo). De wuo is tamelijk populair aangezien deze onder voorwaarden recht geeft op de ondernemersaftrek en de MKB-winstvrijstelling. De grenzen tussen de drie categorieën zijn niet altijd makkelijk te trekken, maar voor wuo is in elk geval ondernemersrisico en een zeker mate van zelfstandigheid vereist.

Wat speelde er onlangs bij het hof?

A was als zzp’er fulltime bezig met het draaien en toppen van paprika’s. Hij gaf zijn inkomsten aan als winst uit onderneming. Van 2012 tot en met 2014 was A met zijn opdrachtgevers tarieven overeengekomen van € 13,50 tot € 18,- per uur. De werkzaamheden werden verricht per meter en per uur in rekening gebracht. De inspecteur corrigeerde zijn aangifte IB 2014. Hij kwalificeerde de inkomsten als ruw en weigerde de zelfstandigen- en startersaftrek en de MKB-winstvrijstelling. Het Gerechtshof Den Haag, besliste dat A aannemelijk had gemaakt dat hij ten opzichte van zijn opdrachtgever voldoende zelfstandig was. A aanvaardde niet alleen incidenteel opdrachten, maar streefde naar continuïteit in het verwerven van zijn inkomsten door het verkrijgen van verschillende (opeenvolgende) opdrachten. A had met zijn werkzaamheden in de jaren 2011 tot en met 2014 een omzet behaald waarmee hij in zijn levensonderhoud kon voorzien. De tarieven kwamen in onderling overleg tot stand. A bepaalde zelf wanneer en hoe vaak hij werkte en hij was niet verplicht opdrachten te aanvaarden. Verder kon A zijn werkzaamheden naar eigen inzicht en zonder toezicht uitvoeren.

Ondernemersrisico

A liep volgens het hof ook ondernemers- en debiteurenrisico. Hij was bij schade en/of wanprestatie verplicht de schade te vergoeden of te herstellen. Verder liep hij risico’s bij het aannemen van een opdracht tegen een totaalbedrag, omdat weersomstandigheden (aantal uren zon) erg bepalend waren voor het groeien van de planten. Bij meer/minder uren zon dan verwacht bij aanname van de opdracht, groeiden de planten sneller/langzamer en dat kon tot gevolg hebben dat A meer/minder uren moest/hoefde te maken dan begroot in de aanneemsom. A had ook geïnvesteerd in een gsm en computer en al het noodzakelijke gereedschap en hulpmiddelen (mes, werkkleding, schoenen) aangeschaft om zijn werk te kunnen doen.

Feitelijke uitspraak

Het hof merkte A aan als ondernemer. Een uitspraak als deze noemt men feitelijk. De uitkomst van de procedure hangt dus erg af van de feiten. Een belangrijk feit was hier dat A de werkzaamheden had aangenomen voor een vast aanneemsom met alle risico’s die daarbij horen. Dat is iets wat werknemers niet doen. Kennelijk was dit voor het hof belangrijker dan het feit dat paprikadraaien voor één opdrachtgever wel erg lijkt op een loondienstverband. Een ander hof had misschien anders beslist bij dezelfde feiten.